Oh krantje toch

oh krantje toch
door onafhankelijk neutraal medium en goedkoper advertentieplatform Driekus Vierkrant

Driekus lag vanochtend in zijn bedstee te labbekakken en opende geheel 2.0 modernistisch zijn lievelingskrantje op haar digitale tablette. En ons scherpe oog viel op een opinieartikel over een naar geruchten €50.000,00 kostend onderzoek naar het succes van de Groninger Dialoogtafel: de natte droom van polderende vergadertijgers. Opklik voor groot:

opinie dialogtafel DvhN 7-7-2015
opinie dialogtafel DvhN 7-7-2015

Het ronkende artikel was mede geschreven door mede-auteur van het rapport Heinrich Winter, alhier vermeld als Hoogleraar Bestuurskunde. Een hoogleraar. Wauw! Dat impliceert dat je onafhankelijk, neutraal, wetenschappelijk en intelligent bent.

 

Maar. Driekus kent zijn pappenheimers. Heinrich Winter schreef deze opinie geheel niet in de functie van hoogleraar zijnde. Deze titel werd hier voor het gemak even gebruikt. Neen, Heinrich schreef dit uit functie van zijn rol als directeur van onderzoeksbedrijf Pro Facto. Gelieerd aan de RuG.

Pro Facto is het bedrijf dat de opdracht verkreeg om de Dialoogtafel te onderzoeken. Samen met de RuG. Dus je bent hoogleraar bij de RuG EN directeur van een bedrijf dat samen met de RuG onderzoeken uitvoert. Lekker is dat. Dubbele petten. Hoe zuiver worden de belangen afgewogen? Hoe onafhankelijk ben je dan?

En dan denkt u: “boeien, er zijn zoveel van die lui met dubbele petten en natuurlijk wordt elkaar de bal toegespeeld en nee dat is niet netjes en wtf waarom schrijft de krantje van Pieter Sijpersma dit eigenlijk niet op, maar goed boeien ik ga weer lekker labbekakken.”

Ja maar ho wacht. Er is iets meer.

Heinrich Winter is ook de baas van Carine Bloemhoff. Carine is actief PvdA en gemeenteraadslid in stad050Groningen. Pro Facto werkt voor de Gemeente Groningen. Worden deze belangen wel netjes gescheiden?

Heinrich Winter is ook de man van Gea E. Boerma (PvdA). Gea is niet alleen hoofd afdeling bestuur, juridische zaken en communicatie bij de Provincie Groningen, ze is ook kabinetschef van CdK Max van den Berg (PvdA).

(Gea (hi! hartjes!) en Driekus hebben een geschiedenis. Namelijk dat Gea nooit iets van zich liet horen terwijl Driekus officieel verzoeken deed om documenten op te vragen via de WOB over een dodelijke rapport over Energy Valley dat ook de CdK raakt, maar niets geen enkele reactie. Ze houdt zich daarmee niet aan de wet. Toch wel een dingetje, voor een ambtenaar met een dergelijke functie. We zijn zo verdrietig! Maar dit terzijde.)

Kijk en dan begint er bij Driekus wel wat te knagen in het door Lagavulin geteisterde brein. De banden tussen al die personen zijn wel erg nauw. Provincie, gemeente, RuG, Pro Facto: er liggen directe lijntjes tussen deze personen. Zowel gemeente als provincie laten opdrachten uitvoeren door Pro Facto. Een medewerkster van Pro Facto is onlangs bij de provincie gaan werken. Bij de vrouw van de baas.

 

En dat kan in theorie allemaal zuiver zijn. Maar weet even dat de dialoogtafel de hobby is van CdK Max van den Berg (PvdA). Met ex050 wethouder en ex050 burgefeester Jacques Wallage (PvdA) als co-voorzitter. Waarbij dus hardcore PvdA-ers die directe banden hebben met elkaar en de betrokken organisaties, betrokken zijn bij het onderzoek naar het functioneren van diezelfde Dialoogtafel.

WIJ VAN WC-EEND ADVISEREN WC-EEND

Ha! Zo kennen we onze sociaal-democraten weer! Baantjes en elkaar opdrachten toespelen. En als het politiek zo uitkomt, duwen we een bevriende hoogleraar naar voren die roept dat het allemaal geweldig is.

Kijk dat mensen die elkaar kennen, elkaar de bal toespelen, dat is ons mensen eigen. Maar volgens ons zou je juist bij dergelijke gevoelige onderwerpen elke schijn van belangenverstrengeling willen voorkomen.

Bovenstaande opiniestuk werd niet geschreven uit hoofde van het hoogleraarschap bij de RuG. Het werd niet geschreven uit hoofde van directeur van het onderzoeksbedrijf. Het werd geschreven vanuit politiek PvdA-belang.

Om dit soort conclusies vraag je als je de belangen zo verweeft. Met als gevolg dat niemand dergelijke onderzoeken nog gelooft. Misschien is het onderzoek inhoudelijk wel correct uitgevoerd. Maar misschien ook niet. Wie kan het nog zeggen? Dit is een smet op de RuG: hoe onafhankelijk en wetenschappelijk zijn jullie hoogleraren? Als ik de RuG was zou ik het niet prettig vinden dat banden zo verweven zijn, en ook niet dat iemand de titel hoogleraarschap gebruikt om andere rollen en agenda’s te promoten.

Het meest verwonderen wij ons over de rol van de krant. Hoe kan het toch dat de krant klakkeloos neerzet dat iemand dit uit functie van hoogleraar opschrijft. Weet men dan werkelijk niet welke andere rollen en agenda’s er spelen? Of weet men dit wel maar wil men dit niet met de lezers delen? Welk belang heeft de krant daar dan bij?

Wat is erger? Een domme krant of een krant die bewust informatie achterhoudt? Kiest u maar. ja nu ok dit was natuurlijk dik gechargeerd maar u kent uw driekus hè ;P

Nou Pieter Sijpersma: plaats je dit artikel binnenkort als opiniestuk in je dodebomenmedium?

Drie Kusjes, Driekus Vierkant

Driekus Vierkant is bijzonder hoogleraar journalistiek aan de Independent Farmers Academy te Kiel-Windeweer. Maar hij schreef dit artikel niet uit hoofde van die functie. Nee, dit is op onpersoonlijke titel. Driekus is geen lid van een politieke partij of beweging. Driekus heeft maar één belang en dat is het vriendjesnetwerk in onze regio blootleggen. Dit vriendjesnetwerk speelt elkaar de bal toe en helpt de regio geen steek verder maar kost ons wel geld. 

 

update: Een hoestende ambtenaar met rode markante bril en Groningse tongval faxte dit gerucht door naar onze burelen: pretonderzoek kostte u €50.000,00. hihihi.

update: Ongewenste opmerkingen en bevindingen konden nog worden gecensureerd. Staat op een eloquente wijze omschreven in de offerte waar overigens opmerkelijk genoeg geen bedragen in zijn vermeld. Wie tekent nu een offerte zonder bedragen:

 

 

Wereldeconomie en labbekakken

Wereldeconomie en labbekakken
Door wereldburger Driekus Vierkant
geschreven te Kiel-Windeweer anno 2015

Nederland is één van de rijkste landen ter wereld. Dankzij Gronings gas, onze internationale handelsgeest en de stabiliteit in ons land hebben we hier ongekende welvaart.

Nu is die welvaart broos. Ten eerste omdat we boven onze stand leven: de staatsschuld neemt extreem toe. De overheid en iedereen die via de overheid geld ontvangt stort dit land diep in de schulden. Ook staat Nederland bovenaan in het rijtje landen met de grootste hypotheekschulden.

Ten tweede is onze welvaart broos omdat we onze welvaart ook danken aan het beroven van andere landen van hun natuurlijke bronnen, of het inzetten van werkkapitaal in die landen tegen bijzonder lage kosten. Andere landen helpen we juist dankzij onze kennis en handelsgeest aan betere producten, infrastructuur, productie, werk, en kennis. Soms ten koste van onze eigen positie. Of we een ander land ondermijnen, of een land helpen ten koste van onszelf, het interesseert ons eigenlijk niet, zolang ons korte termijn-doel maar wordt behaald: handel.

Hoe meer wij afhankelijk zijn van andere landen (denk hierbij aan instabiele schurkenstaten) voor hun natuurlijke bronnen en werkkapitaal, hoe instabieler onze eigen welvaart. Hoe meer wij andere landen aan onze eigen kennis helpen, hoe minder wij deze kennis exclusief kunnen gebruiken.

Groningen bezit één van de grootste rijkdommen van de wereld: gas. Eigen, goedkope energie is cruciaal voor een land: je bent onafhankelijk en je kan internationaal concurreren. Echter, de Nederlandse overheid heeft energie extreem hoog belast, waardoor wij als burgers en bedrijven respectievelijk minder koopkracht hebben en internationaal niet kunnen concurreren. Ons gas wordt tegen afbraakprijzen verkocht aan andere landen, waardoor Nederland zelf energie moet importeren: dit beleid dient niet het Nederlandse belang. Bovendien ziet de regio Groningen nauwelijks iets terug van de rijkdom: vrijwel alle gasbaten zijn in ambtenaren, uitkeringen en Randstedelijke projecten zoals de Rotterdamse haven en Schiphol gepompt: dat zijn geen economische Parels van Trots maar matig renderende subsidieslurpers. De gasbaten zijn verkwanseld en Groningen zit met de schade. Er moeten dus nog miljarden worden terug-genivelleerd, tien procent van de gasbaten moet naar Groningen, om hier de economie aan te jakkeren.

Nederland is verder het meest genivelleerde land ter wereld. Dit bracht stabiliteit en welvaart voor iedereen. Maar deze nivellering is doorgeslagen: mensen hebben het misschien wel iets te goed in ruil voor wat ze er voor moeten doen. Het woord ‘verdienen’ is niet voor niets letterlijk iets verdienen. Te lang in je comfort zone zitten betekent dat je minder hoeft te innoveren, minder hoeft te bereiken. Je hebt het toch goed? De noodzaak tot competitie is weg, met het risico dat mensen passief en lui worden. De Dutch Disease is erger dan ooit. Lief en vredig maar gezapig. Hier geboren zijn geeft je niet meer rechten dan mensen die elders geboren zijn: wel meer kansen: grijp die dan ook. Je bent verantwoordelijk om in je eigen onderhoud te voorzien. Alleen voor zij die fysiek of geestelijk werkelijk niet in staat zijn bij te dragen is ondersteuning vereist. In andere landen zijn mensen bereid meer risico’s te nemen. Men is bereid harder te werken. Men is bereid ons te beconcurreren met onze eigen handelsgeest, met onze producten, zelfs met onze kennis. En als wij niets doen laten we ons beconcurreren, omdat wij er ooit voor kozen onze productie economie te outsourcen, omdat wij onze eigen arbeid veel te duur maakten, omdat wij onze belastingen veel te hoog maakten en omdat we onze kennis weggeven of verkopen.

Sinds de EU is in Europa een enorme nivellering gaande. Nederland is een netto bijdrager aan de EU. Onze belastingen gaan naar subsidies in andere landen om elders in de EU bedrijven te stimuleren die Nederlandse bedrijven beconcurreren. Met bovendien goedkoper personeel en met lagere belastingen. Geen wonder dat ook Nederlandse bedrijven dan over de grens gaan kijken, niet alleen voor handel maar ook voor het inhuren van arbeid en voor het optimaliseren van belastingen. Niet alleen grote multinationals doen dit: steeds meer MKB krijgt toegang tot dergelijke faciliteiten. En het MKB is de echte motor van onze economie. En dat MKB duwen we nu dus ons land uit, wederom omdat arbeid hier te duur is, en omdat belasting op arbeid en op winst te hoog is in Nederland ten opzichte van andere Europese landen. Maar ook omdat de werkethos van personeel in Nederland lager is dan die in andere Europese landen: mensen zijn verwend: oudere werknemers zitten vastgeroest in verworvenheden zoals CAO’s en jonge werknemers verwachten bij hun eerste baantje dat ze maar 32 uur per week hoeven te werken. In Oost-Europa zitten hordes enthousiaste mensen klaar om deze banen over te nemen: en dat is niet meer beperkt tot banen als vrachtwagenchauffeur of stukadoor: nee ze staan te popelen om managementfuncties en hightech functies in te gaan vullen. Tegen een fractie van wat Nederlanders kosten en ze zijn bereid om 60 uur per week te knokken. Onze kenniseconomie is niet te beschermen: juist dankzij Internet is (onze) kennis binnen een split second overal ter wereld aanwezig. Onze eigen universiteiten openen notabene vestigingen in China om onze kennis weg te geven. Internationale studenten komen hier van ons leren en beconcurreren ons vervolgens vanuit hun eigen land met onze kennis.

De trend van globalisering is niet te stuiten. Je grenzen dichtgooien en je eigen markt beschermen betekent je als land afzonderen van de wereldeconomie. Dat is geen optie. Die optie is zelfmoord voor een land zonder serieus grote bronnen: het Groninger gasveld is al half op en we waren zo dom het Noorse model met een riant gasbatenfonds niet te volgen. Nederland zal dus moeten accepteren dat we in een open wereldmarkt keihard moeten innoveren en moeten durven concurreren. Doen we dit niet, dan vervallen we tot een derde wereldland. Heel Europa dreigt zelfs een derde-wereld continent te worden als we geen goede strategie gaan volgen. Andere werelddelen zijn in opkomst, ze hebben natuurlijke bronnen en ze hebben miljoenen, zelfs miljarden mensen die ons welvaartsniveau willen bereiken: desnoods, of zelfs graag ten koste van ons.

Zo’n internationale strategie kan alleen werken als Nederlandse bedrijven internationaal gaan concurreren, hier gaan innoveren, hier hun personeel inhuren, hier hun geld uitgeven en hier hun belasting betalen. Om dit te kunnen hebben Nederlandse bedrijven een internationaal fair level playing field nodig: betaalbare arbeid, een productie-economie, een niet-academische kenniseconomie, lage belastingen en een positieve, constructieve en competitieve arbeidsethos. Nederlandse bedrijven hebben de wereld aan hun voeten, we hebben zoveel kansen, maar het is nu wel het moment om die te gaan pakken.

Geen politieke partij zal dit durven zeggen maar veel Nederlanders zullen moeten accepteren dat hun welvaartsniveau omlaag zal gaan. Arbeid moet goedkoper worden want de lonen zullen omlaag moeten. Gebeurt dit niet, dan zullen banen verdwijnen. Geen politieke partij zal aandurven de overheidsbegroting te saneren maar het is noodzakelijk de lastendruk onder het niveau van andere landen te krijgen om internationaal te kunnen concurreren. Anders zullen bedrijven verdwijnen. We zullen de productie-economie weer naar Nederland moeten halen: ook mensen met een HBO-diploma (voor wat het nog waard is) zullen moeten accepteren dat er niet voor iedereen een management of hightech functie beschikbaar is. Werk is werk. Beter dan geen werk. Onderwijsinstellingen zullen veel minder academisch maar veel meer industriegericht moeten werken: accreditatie door bedrijven als afnemers van de slimste en meest toegepaste en meest op de markt aansluitende studenten van de wereld is essentieel.

En last but not least: mensen moeten wennen aan de noodzaak om hard te werken voor behoud van welvaart. Voor jou duizend anderen uit China, voormalig Oostblok, Brazilië, India, België, Duitsland. Die wel willen.

Dat brengt ons op de discussies over het basisinkomen. Het principe van het basisinkomen druist volstrekt in tegen de noodzaak om collectief de mouwen harder op te stropen. Het basisinkomen belooft de hoogste vorm van welvaart te bieden maar het tegendeel is waar, juist omdat het de broodnodige werkethos ondermijnt.

Overigens: welvaart is niet hetzelfde als geluk. Mensen zijn het gelukkigst als ze actief kunnen bijdragen aan de samenleving in plaats van deze te ondermijnen door zich er afhankelijk van op te stellen.

Daarom stellen wij voor alle labbekakken een jaar zonder inkomen naar een economisch opkomend land te sturen, om ze te leren hoe bevredigend het is om bij te dragen aan een positieve, groeiende economie en om je eigen geld te verdienen.

Broccolifields Forever!